Menu

Zit Charlotte in de puree?

Charlotte, Franceline, Nicola, Agila of Gala. Dit zijn geen populaire meisjesnamen, maar wel aardappelsoorten. Er bestaan zo’n 300 aardappelrassen, met elk hun eigen specialiteit. Het is daarom belangrijk dat u steeds de aardappel kiest die het meest geschikt is voor het gerecht dat u wil klaarmaken.

De aardappel behoort tot de nachtschadigen en is zo familie van de tomaten, aubergines en paprika’s. Het loof van de aardappelplant is giftig, maar de knollen zijn wel eetbaar en uiterst voedzaam. De aardappel legt in die knollen zijn energievoorraad aan in de vorm van zetmeel. Aardappelen kennen hun oorsprong in Zuid-Amerika. In Europa werd de aardappel geïntroduceerd door de Spaanse veroveraars. Die gingen in het huidige Peru en Chili op zoek naar goud en zilver en kwamen met aardappelen terug. Zo raakte de aardappel uiteindelijk in heel Europa ingeburgerd. De aardappel bleek een goed wapen te zijn in de strijd tegen de grote hongersnood die het Europese continent in de zestiende eeuw teisterden. De plant is makkelijk te verbouwen en dankzij de aardappel kon de groeiende bevolking toch gevoed worden.

What’s in a name?

Elke aardappelvariëteit heeft andere eigenschapen. Zo hebben vastkokende aardappelen een fijne structuur en behouden ze hun vorm perfect na het koken. Ze zijn geschikt om te koken of te bakken. De bekendste variëteiten zijn Charlotte en Nicola. Bloemige aardappelen met een witte kleur zijn losser van structuur en vallen tijdens het koken gemakkelijker uit elkaar. Ze zijn geschikt om te koken, te bakken, voor puree of om frieten van te maken. Hoe meer zetmeel de aardappel bevat, hoe bloemiger deze is. De bekendste soort is Bintje.

We bakken het bruin

Wie in België aardappelen zegt, zegt frietjes. Die zouden al bestaan sinds 1680. Het verhaal gaat dat de arme inwoners van Namen, Andenne en Dinant kleine visjes uit de Maas frituurden zodat ze beter smaakten. Maar als het water bevroor en het te gevaarlijk werd om te vissen, sneden ze aardappelen in de vorm van visjes die ze op hun beurt frituurden en zo werd de friet geboren. Chips ontstond in 1853 in de Amerikaanse stad Saratoga. Een industriemagnaat bestelde er een stuk vlees met frietjes. Omdat hij de frietjes te dik vond, stuurde hij ze terug naar de keuken. De eigenaar sneed de aardappelen in flinterdunne schijfjes en dompelde ze in kokende olie. De kelner schotelde hem de 'potato chips' voor en die werden enorm gesmaakt.

We zouden trouwens ook onze herfstvakantie te danken aan de aardappel. Het rooien van de aardappelen gebeurde vroeger met de hand en daar werd het hele gezin bij ingeschakeld. Vele kinderen bleven in die periode thuis van school en daarom werd uiteindelijk de herfstvakantie ingelast.

Om nog even terug te komen op onze vraag: Charlotte zit best niet in de puree. Het bintje voelt er zich wel thuis omdat die meer zetmeel bezit en losser is van structuur.