Menu

Van mest tot compost

Filip en Sandy zijn de derde generatie op dit bedrijf in de Veldstraat in Schuiferskapelle, een deelgemeente van Tielt, in West-Vlaanderen. Hier vind je varkens, maar ook een heus composteringsbedrijf.

“Oorspronkelijk was dit een gemengd bedrijf zoals je er toen overal in Vlaanderen vond. Mijn grootouders startten hier eind jaren 1800 met wat melkvee, varkens en leghennen. In de loop der jaren hebben mijn ouders zich meer gespecialiseerd in de varkenshouderij. Tot ongeveer een halfjaar geleden was dit een gesloten varkensbedrijf met 350 zeugen. Dat wil zeggen dat we de biggen die hier op het bedrijf geboren werden zelf opkweekten tot slachtrijpe varkens. In september vorig jaar hebben we een bijzonder moeilijke beslissing moeten nemen. De zeugenstapel werd in korte tijd opgeruimd, ondanks dat de stallen waarin ze gehuisvest waren respectievelijk nog maar drie en vier jaar oud waren. Dat had onder meer te maken met de omvang van ons composteringsbedrijf waarvan de capaciteit in korte tijd verdubbelde. Ook de conjunctuur in de varkenshouderij sterkte ons in deze keuze. De vleesvarkens, die minder arbeid vragen, zijn wel gebleven. We kunnen 2000 vleesvarkens huisvesten, maar op dit ogenblikken zitten de stallen maar halfvol. Voor dat aantal varkens krijg ik een gegarandeerde prijs. Voor alle extra varkens niet. De varkenshouderij maakt een zware crisis mee. Extra produceren om er uiteindelijk niets aan te verdienen zie ik niet zitten.”

Mestproblematiek

Intussen heeft Filip zijn handen meer dan vol met het composteringsbedrijf Fita Compost, dat op de terreinen van het varkensbedrijf gehuisvest is. “Als gevolg van de mestproblematiek waarmee we in de jaren 90 te maken kregen, richtten we met 48 boeren een coöperatieve op voor de verwerking van mest. Na een tiental jaar werd de coöperatieve opgeheven, onder meer omdat een samenwerking met zo veel leden niet van een leien dakje liep. Van die boeren zijn er heel wat die intussen een eigen vloeibaar mestverwerkingssysteem hebben.

Tijdens die jaren heb ik veel systemen in het buitenland gezien. In Duitsland zag ik er eentje dat mij echt aanstond. Dat heb ik naar mijn eigen hand gezet en het geniet nog steeds bescherming. Concreet halen we mest op die meer dan 30 à 35% droge stof bevat. Dat gaat vooral over de vaste fractie van varkensmest, maar evengoed over kippen-, runder-, struisvogel, nertsen- en konijnenmest. De varkensmest maakt 60% uit van de aanvoer. De varkensmest vormt de basis. Daarbovenop wordt de kippen- en andere mest gestort. Vanaf dan start het omkeerproces. Hiervoor investeerden we in een zware compostomkeermachine. Die zorgt ervoor dat de compost binnen een etmaal een temperatuur bereikt van 80 tot 90 °C. We voegen zelf nog een vloeibaar concentraat toe dat we volledig zelf maken. Het gaat om een perfecte mengeling van bepaalde enzymen, bacteriën en zuren. Intussen zijn we aan ons zevende productiejaar bezig. De eerste drie jaar werkten we met transporteurs. Intussen hebben we twee vrachtwagens en één chauffeur in dienst, maar wellicht komen er binnenkort nog één of twee mensen bij.”

Met het composteringsbedrijf gaan de zaken goed. “In het eerste jaar produceerde ik 6000 m3, terwijl we vorig jaar al aan 40.000 m3 zaten. Vandaar dat er op dit moment een nieuwe vooropslag voor kippenmest bouwen, zodat we alles zo goed mogelijk kunnen stockeren. Terwijl de compost vroeger verkocht werd door enkele vaste verkopers, gebeurt dat nu in eigen beheer. De compost gaat hoofdzakelijk naar Frankrijk en kan niet op Vlaamse gronden worden afgezet. Daarom kijken we naast Frankrijk ook naar Nederland, Duitsland en Wallonië.”

De Dag van de Landbouw vormde voor Filip en Sandy de ideale gelegenheid om klanten en streekgenoten eens een kijkje te laten nemen op hun bedrijf. “Ik weet dat heel veel mensen zich afvragen wat ons bedrijf precies doet. Mensen zien vaak de vrachten die voorbijkomen, maar weten niet echt wat hier gebeurt. Heel soms ontstaan dan wilde verhalen. Daarom wilden we laten zien wat hier echt gebeurt.