Menu

Onder een dak van druiven

Druiven Dewit in Overijse is nog een van de weinige professionele druiventelers in de ooit zo bekende druivenstreek.

Tijdens mijn bezoek, bij het begin van de zomer, hangen de druiven boven mijn hoofd in grote trossen te rijpen in de serres. Het valt me meteen op hoe dik de druiven zijn. "Daar staan we voor bekend", begnt Pilip zijn verhaal. "Onze druiven kan je niet vergelijken met hun buitenlandse soortgenoten, die je in veel supermarkten vindt. Ze zijn uiteraard een stuk duurder, maar ze smaken wel veel hartiger."

De familie Dewit kweekt vier soorten druiven. Dat zijn de blauwe Ribier- en Leopolddruif. De witte, of gele zoals Filip zegt, zijn Muscat en de exclusieve Canon Hall. “Het hele jaar door zijn we in de serres bezig, maar het oogsten van de druiven start half juli en loopt tot eind oktober. Nadien worden de ranken tot op twee ogen gesnoeid en de bladeren afgeknipt en opgeruimd. De serre wordt gedurende de winter vorstvrij gehouden. Verwarmen doen we vanaf januari. Door de warmte beginnen de ranken sneller uit te lopen. Omdat de serre opgedeeld is in verschillende secties, kunnen we ze apart verwarmen. Zo kunnen we de druiven in verschillende stadia laten groeien zodat ze niet allemaal op hetzelfde moment rijp zijn. Die spreiding is zowel goed naar spreiding van de oogst toe als naar spreiding van het werk.”

Glazen dorp

Op dit moment telt het bedrijf 7000 m2 aan serres. “Dat is de oppervlakte van 50 serres uit de tijd dat iedereen in de streek een serre had en druiven kweekte. Om die reden werd de streek rond Overijse en Hoeilaart vroeger ‘het glazen dorp’ genoemd. Piloten die op Zaventem landden konden zich meteen oriënteren door al dat glas op de grond. Het waren zij ook die de streek haar bijnaam gaven.  Maar die periode ligt intussen al een hele tijd achter ons.

De hovenier van het kasteel van Huldenberg heeft zo’n 150 jaar geleden heel wat in beweging gezet. “Toen de graaf van een van zijn reizen terug thuiskwam, had hij enkele druivelaars mee. Hij vroeg tuinman Felix Sohie ze te planten en te verzorgen. Die deed z’n werk zo goed dat de graaf na vijf jaar te veel druiven had voor eigen gebruik. Daarom schonk hij honderd kilogram aan zijn tuinman. De tuinman dacht erover de druiven aan zijn kinderen te geven, maar vond uiteindelijk dat hij dit luxefruit beter op de vroegmarkt in Brussel kon verkopen. Uiteindelijk verdiende hij aan die honderd kilo druiven meer dan aan zijn werk op het kasteel. Nadien besliste hij zelf een serre te bouwen en druiven te kweken – met veel succes. De streekgenoten zagen dat en volgden zijn voorbeeld. In de hoogtijden telde het dorp bijna 35.000 serres en zorgden de druiven voor een ongekende welvaart.”

De invoer van goedkope, buitenlandse tafeldruiven vanaf de jaren 60 en de energiecrisis in de jaren 70 luidden het einde van deze tijd in. “Op dit moment zijn er nog een dertigtal collega-druivenkwekers in de streek.”

Honderd jaar

Familiebedrijf Dewit bestaat intussen meer dan honderd jaar. Het eeuwfeest werd vorig jaar gevierd. “Wanneer het bedrijf precies is ontstaan, weten we niet exact. Het was Jean-Baptiste Dewit die rond het jaar 1900 zijn eerste serre bouwde in Tombeek-Overijse. Omdat de zaken goed gingen en hij de intentie had een professioneel druivenkweker te worden, kwam er elk jaar een nieuwe serre bij. Die hadden vroeger een standaardafmeting van 20 op 7 meter. In 1912 had hij een tiental serres, wat in die tijd al een mooi en leefbaar bedrijf was. In 1925 verhuisde mijn grootvader naar de huidige locatie aan de Brusselsesesteenweg. In 1953 nam mijn vader het roer over en in 1981 was het mijn beurt. En de opvolging is verzekerd, want sinds enkele jaren zit ook mijn zoon Koen mee in het bedrijf. Ook mijn vader Urbain helpt nog mee, hij staat mee  in de voor de thuisverkoop. En ook mijn vrouw Rita, die deeltijds buitenshuis werkt, en onze dochters Leen en Greet doen hun duit in het zakje. Vooral voor de markten is er heel wat hulp nodig.

Zowat 90% van onze oogst wordt via thuisverkoop en op de markt aan de man gebracht. De rest gaat naar de groothandel. Tussen half juli en half november doen we elke dag een markt, behalve op vrijdag. Zo kan je ons onder meer vinden in Geraardsbergen, Londerzeel, Merchtem, Ternat Jette, Aalst, Mortsel en Lier. Dikwijls vertrekken we al heel vroeg, zeker als we de Brusselse ring over moeten. Waar andere marktkramers vaak eerst een koffietje gaan drinken als ze op de markt aankomen, beginnen wij meteen met de verkoop. Voor zij terug zijn, hebben wij vaak al heel wat verkocht. Kwaliteit staat bij ons voorop. Maar er kan altijd al eens een slechte druif in een tros zitten. Als de klanten ons dat de week nadien melden, dan regelen we dat wel. Ons klantenbestand bestaat trouwens voor 90% uit vaste klanten. Ook hier op het bedrijf hebben we ons vast cliënteel. We krijgen ook veel buitenlanders, onder meer Japanners, over de vloer die telkens weer verbaasd zijn over de manier waarop wij druiven kweken.”

Met opendeurdagen heeft de familie Dewit al heel wat ervaring. “In de jaren 60 kwamen ze hier zelfs met bussen naartoe om ons druivenbedrijf te zien. In die tijd bouwde mijn vader een serre om tot feestzaal om al die mensen te kunnen ontvangen."