Menu

Haven en natuur verdrijven de landbouw

In Beveren, in de schaduw van de koeltorens van de kerncentrale van Doel, baten Guido Van Mieghem en zijn zoon Bert een familiaal landbouwbedrijf uit. Maar niet meer voor lang, want ten laatste eind volgend jaar moeten ze verhuizen, omdat hun bedrijf in havenuitbreidingsgebied ligt.

“In 2016 moeten we hier weg zijn”, begint Guido zijn verhaal. “Onze familie boert hier al sinds het begin van de vorige eeuw. De strijd voor het behoud van onze boerderij en gronden duurt al ruim veertig jaar. Halfweg de jaren zestig lieten de Antwerpse havenbonzen hun oog vallen op de linker Schelde-oever. Dat resulteerde in de eerste onteigeningen, en de honger van de haven is nooit gestopt. Het is hier altijd havenuitbreidingsgebied gebleven. Doordat de economische omstandigheden niet altijd meezaten, kregen we uiteindelijk twintig jaar respijt. We hebben dus een generatie gewonnen ten opzichte van de oorspronkelijke  plannen. De onteigening voor havenuitbreiding en natuurcompensaties bleef wel als een zwaard van Damocles boven ons hoofd hangen en nu is het touwtje dan toch losgeschoten.”

Deurganckdok en Doel

Guido nam het gemengde landbouwbedrijf in 1980 van zijn ouders over. “Op dat moment was het iets rustiger rond de onteigeningen en er leefde wat hoop. De gewestplannen die toen uitgewerkt werden, zorgden voor wat optimisme. De linkeroever werd in twee gedeeld.

Het zuidelijke gedeelte, waar al veel verdwenen was, werd haven. Het noordelijke gebied, waarin wij ons bevinden, had men op dat moment niet nodig en dat werd landbouwgebied, met de mogelijkheid tot uitbreiding van de haven. De volgende twintig jaar waren hier leefbaar. We konden zelfs groeien. Pas toen de plannen rond het Deurganckdok en de verdwijning van het dorp Doel vorm kregen, kwamen we weer in de onzekerheid terecht.”

Het familiebedrijf van de Van Mieghems is een gemengd landbouwbedrijf met akkerbouw, varkens en vleesvee. “We hebben 110 zeugen, 120 koeien van het Belgisch witblauw ras en ongeveer 45 kalvingen per jaar. Dieren die hier geboren worden, verlaten afgemest het bedrijf. Verder telen we op 55 ha aardappelen, suikerbieten, tarwe, gerst, kuil- en korrelmaïs. Daarnaast beheren we 20 ha natuurgebied. Daar zijn de richtlijnen zo streng dat we er maar 1 koe per hectare mogen laten grazen. De taken zijn mooi verdeeld. Bert houdt zich vooral met de varkens bezig, terwijl  ik het vleesvee en de akker- bouwtak voor mijn rekening neem. Onze andere zoon, Filip, werkt bij een New Hollanddealer en komt ook geregeld meehelpen na zijn uren. Mijn echtgenote zorgt voor het huishouden en ook mijn ouders zijn nog heel vaak op het bedrijf aanwezig.”

Hoopvol kijken naar de toekomst

“Intussen kijken we hoopvol naar de toekomst en zijn we op zoek naar een bedrijf om over te nemen. In de omgeving blijven is geen optie, dus zoeken we het meer in de richting van Limburg of Wallonië. Het is moeilijk om de plek achter te laten waar je al je hele leven gewoond en geleefd hebt, maar er is geen kans meer dat de plannen nog teruggedraaid worden. Dan is het beter de klik te maken en vooruit te kijken. Dat hebben wij gedaan, al blijft het moeilijk.”