Menu

Een biet in je kopje

Waarom vind je niet overal in Vlaanderen akkers vol suikerbieten? En waarom staat de suikerfabriek in Tienen en niet in Leuven? Dat heeft natuurlijk veel te maken met de grond. Zo voelt een suikerbiet zich opperbest in zandleemgrond. Wij gingen op stap in de Tiense regio, op zoek naar het verhaal van de suikerbiet.

Van suikerbiet tot klontje

De stad Tienen is onlosmakelijk verbonden met de suikerindustrie. In 1836 ontving de stad Tienen bouwaanvragen voor twee nieuwe suikerfabrieken. Een aanvraag van Joseph Vandenberghe de Binckom, wiens fabriek later zal uitgroeien tot de Tiense Suikerraffinaderij, en een aanvraag van Henry Vinckenbosch. Met deze 2 suikerfabrieken komt het totaal in België op dat moment op 36. Tegen 1843 produceren die samen zowat 3 miljoen kilogram suiker per jaar. Vandaag wordt 1 kg suiker geproduceerd uit 7 à 8 kg bieten.

Vooraleer de suikerbiet suiker wordt, ondergaat ze een heel transformatieproces. De bieten worden een eerste keer gereinigd op het veld, zodat de overtollige aarde niet mee naar de fabriek gaat. In de fabriek worden ze nog eens gewassen en in kleine reepjes geraspt. Door diffusie ontstaat er dan een troebel suikersap, dat verder gereinigd wordt. Via verdamping ontstaat er een siroop. De volgende stap is de kristallisatie en op het einde van dat proces heb je kristalsuiker. Om daar klontjes van te maken, gaat vochtig gemaakte kristalsuiker in een pers. De vierkante openingen in de trommel worden gevuld met de suiker. De suiker wordt eruit geperst, zodat er mooie klontjes naast elkaar op de transportband komen te liggen. In een droogstoof worden de klontjes opnieuw hard en een pneumatische hand vult er dozen mee. Voor de productie van cassonadesuiker – die ook bekend is als ‘kindjessuiker’ – worden de kristallen weer gemengd met stroop. Doordat er niet gecentrifugeerd wordt, ontstaan de typische structuur, geur en kleur van deze suiker.

Uitdagingen

Sinds de jaren 70 legt de Europese Unie een quotum op voor de suikerproductie. Dat is de precieze hoeveelheid die elk land jaarlijks mag produceren. In 2017 verdwijnt dat quotasysteem voor suiker. Niemand weet wat de gevolgen zullen zijn voor de Belgische suiker, maar België zal zo competitief mogelijk proberen te zijn op de wereldmarkt.

Hoe komt het dat een suikerbiet suiker aanmaakt?

Om de winter door te komen en zich het tweede jaar te reproduceren moet de jonge suikerbiet reserves aanmaken in haar eerste jaar. Daarom slaat ze zo veel mogelijk zon, CO² en water op. Alsof ze een kleine plantaardige fabriek is, transformeert de suikerbiet dat alles in suiker, via een proces dat we fotosynthese noemen. Die suiker slaat ze dan op in haar wortels. Daarom wordt de suikerbiet geoogst in oktober tijdens haar eerste levensjaar, wanneer ze net al die suiker bevat om de winter door te komen. Op 1 hectare suikerbieten (1,4 keer de grootte van een voetbalterrein) kan 12 tot 13 ton suiker geproduceerd worden. Jaarlijks verorbert 1 hectare suikerbiet 30 ton CO² en produceert in ruil 13 miljoen liter zuurstof. Dat is 4 keer zoveel als 1 hectare bos.

Benjamin Delessert werd met zijn suikerbrood ontvangen door Napoleon.

Toen de suikerbiet nog niet ontdekt was als suikerbron, waren suikerriet en honing de voornaamste zoetstoffen. Suikerriet werd in België geïmporteerd uit tropische landen. Door de Britse blokkade van continentaal Europa na de Franse Revolutie verliep de invoer van rietsuiker veel moeilijker en werd de prijs zeer hoog. De zoektocht naar een alternatief was volop aan de gang. In het begin van de 17de eeuw werden al suikerkristallen in bieten ontdekt. Daarna slaagde men erin om het sap te halen uit de bieten en de wortelen, en de suiker eruit te kristalliseren. In 1812 werd Benjamin Delessert, een Franse industrieel, ontvangen door Napoleon omdat hij erin geslaagd was suikerbrood te maken uit suikerbiet. Napoleon kreeg interesse in het nieuwe product en wees veel gebieden aan waar voortaan suikerbieten geteeld moesten worden. Het avontuur van de Europese suiker ging van start.

Landbouwer Koen Guelinckx

In Sint-Magriet-Houtem, een deelgemeente van Tienen, verbouwt Koen veertien hectare suikerbieten. "Ik rolde in de landbouwstiel door mijn schoonouders. Mijn vrouw en ik namen hun bedrijf over. Je merkt dat de grond in deze streek perfect geschikt is om suikerbieten te telen. De opbrengst hier is trouwens de beste van de wereld, dat zegt genoeg." De suikerbiet heeft een rijke grond nodig, die vaak bestaat uit leem en zand. Die grond vind je in het ruime gebied rond de Tiense suikerfabriek. Omdat leemgrond vaak getransporteerd werd door water, bevat die dus veel organische materie. De suikerbiet heeft ook graag een matig klimaat, zoals bij ons.