Menu

De kip of toch het ei?

Waarom staat Kruishoutem bekend als eiergemeente van België? En worden er vandaag nog altijd zoveel eieren geproduceerd als 30 jaar geleden? Wij gingen langs bij pluimveehouder Koen De Cock uit Baaigem, op zoek naar het verhaal van het ei. Koen houdt 50.000 scharrelkippen.

Een dag op een leghennenbedrijf

“Ik ben opgegroeid tussen de kippen. In 1994 nam ik het ouderlijke bedrijf over, maar in '98 zijn we verhuisd naar Baaigem en zijn er gestart met ons leghennenbedrijf.” Koen heeft een modern pluimveebedrijf, met afwisselend bruine of witte kippen. Die kippen zijn verdeeld over 3 stallen met een volièresysteem. “De stallen hebben voergoten en drinkbakken op verschillende niveaus, zodat de kip naar eigen behoefte kan eten en drinken. Voor een middagdutje of de nachtrust zijn er voldoende zitstokken. De kippen kunnen scharrelen en vliegen. Ze hebben meer vrijheid en ruimte en kunnen zich gedragen zoals ze ook in de natuur doen –springen, stof baden nemen en rondfladderen.

"De kippen komen hier toe als ze 17 weken oud zijn”, legt Koen uit. “Ze blijven tot ze 82 weken zijn. Daarna worden ze als soepkip verkocht.” In het volièresysteem waar Koen mee werkt, hebben de kippen een speciaal legnest waarin ze in alle rust hun ei kunnen leggen. “Met gemiddeld bijna 1 ei per kip per dag, worden er dagelijks ongeveer 45.000 eieren geproduceerd. De eieren rollen vanuit het legnest op een eierband naar de verwerkingsruimte, waar ze na de kwaliteitscontrole automatisch voorzien worden van een kwaliteitsprint die de herkomst garandeert.” Daarna worden ze verpakt voor vervoer naar de klant. Tweemaal per week worden de eieren opgehaald.

Wist je trouwens dat de kleur van je ei bepaald wordt door de oorlel van de kip? Kippen met donkere lellen geven donkere eieren, witte lelletjes zorgen voor witte eieren.

Van eiermarkt tot Gulden Eifeesten

De Oost-Vlaamse gemeente Kruishoutem staat sinds oudsher bekend als de eiergemeente van België. De gemeente wordt geassocieerd met de eierproductie, de eiermarkt en de Gulden Eifeesten. Met de grootste eiermarkt van West-Europa, was Kruishoutem het Europese centrum van de ‘ei-economie’.

Rond dit verkoopscentrum groeiden er uiteraard heel wat familiale leghennenbedrijven, die hun eieren onmiddellijk op de markt konden verkopen. In het begin van de jaren 70 telde ons land een leghennenstapel van 17,750 miljoen legkippen en op jaarbasis werden er ruim 4 miljard eieren geproduceerd. In die periode was België ook het belangrijkste exporterende land voor eieren ter wereld.

Sinds 1971 is er wel veel veranderd. Als gevolg van moeilijke periodes stopten heel wat leghennenhouders met hun activiteit. De bedrijven specialiseerden zich ook verregaand en door de schaalvergroting verkochten ze hun eieren steeds vaker rechtstreeks aan de eihandel. Daardoor kregen de eierveilingen het moeilijk en in 1996 stopte de laatste eierveiling met haar activiteiten.

Vandaag zijn er in België nog zo’n 280 leghennenhouders, die ongeveer 9,5 miljoen leghennen houden. De leghennenbedrijven hebben zich in de loop der jaren meer verspreid over het Vlaamse grondgebied, al steekt de grensstreek tussen Oost- en West- Vlaanderen er wel bovenuit. De ‘prijzencommissie’, samengesteld uit pluimveehouders en eihandelaars, komt wel nog wekelijks samen in Kruishoutem. Hier worden Belgische richtprijzen voor eieren vastgelegd, die de basis vormen voor de eierprijs aan de leghennenhouders.

Wie vangt het gulden ei?

De Gulden Eifeesten zijn een folklorefeest bij uitstek. Ze moeten herinneren aan de tijd dat Kruishoutem de belangrijkste eiermarkt van West-Europa was. Het eerste Gulden Eifeest werd georganiseerd tijdens die gloriejaren, op paasmaandag 11 april 1955. Het was een folkloredag, waarbij ruiters, fietsers en wandelaars op pad werden gestuurd onder de slogan ‘Op zoek naar het Gulden Ei’. Vandaag is –naast de verkiezing van de eikoningin en de eierboer –vooral de eierworp vanaf de kerktoren het orgelpunt van de eifeesten.